Rob de Graaf (Den Haag, 1960) ziet zijn werk als een onderzoek. Methode, middelen en (vooral) het proces van schilderen zijn voor hem belangrijk. Zijn abstracte schilderijen en werken op papier vormen de verbeel¬ding van dit proces.

“Ik schilder zowel spontaan als uiterst bewust, waarbij in het proces de scheiding tussen het bewuste en het onbewuste steeds meer vervaagt. Meestal werk ik met 'gewone' huisschilderverf (alkydhars). Deze heeft een min of meer vaste vorm, maar stroomt en blijft vloeien ook nadat de verf is opgebracht. Daardoor past zij, in tegenstelling tot gewone olieverf, goed bij mijn manier van werken. Niet alles ligt meteen vast en ook het toeval krijgt een kans. Met alkydharsverf heb ik ook meer mogelijkheden om ook met andere hulpmiddelen dan kwasten te schilderen. Regelmatig gebruik ik bijvoorbeeld een föhn, een verfstripper of gasbrander om de verf, nadat ik die heb opgebracht, verder te bewerken. Zo kom ik optimaal in gesprek met de verf. En de verf zelf -en daarmee het schilderij- zoekt en vindt uiteindelijk sneller haar ‘eigen leven’.

Inhoudelijk word ik in mijn ‘zoektocht’ gedreven door mijn fascinatie voor tegenstellingen; man-vrouw, denken-doen, bewust-onbewust, gevoel-ratio, geometrisch-organisch, chaos-orde. En belangrijker; hoe beïnvloeden deze tegenstellingen elkaar? In de afgelopen jaren probeerde ik in mijn schilderijen, met behoud van de tegenstelling, synthese, eenheid en evenwicht te vinden in één beeld. Steeds keerde daarbij het thema 'chaos en orde' terug. Op een gegeven moment zag ik deze begrippen niet langer als onverenigbare uitersten, maar als twee ‘krachten’ die niet zonder elkaar kunnen. ‘Chaos en orde’, ik spreek liever over ritme & structuur, werden voor mij elementen van een proces dat -ritmisch en volgens vaste patronen- verandering en vernieuwing stimuleert. Met als uiteindelijk doel; een organisch, dynamisch evenwicht.

Dit ‘evenwicht’ verkennend en gebruikmakend van textuur, kleur, vorm en compositie ontwikkelde ik steeds meer een eigen beeldtaal. Mijn schilderijen doen niet alleen verslag van mijn persoonlijke (werk)proces, maar zijn in toenemende mate ook in hun opbouw ‘leesbaar’. Grove, amorfe vormen representeren bijvoorbeeld chaos, de oermaterie. De punt staat voor een gebeurtenis en een raster van punten voor interactie tussen (het geheel aan) gebeurtenissen en/of het netwerk van relaties (het relatieve). De lijn is de weg; soms recht, meestal niet. De cirkel symboliseert het universele en het vierkant en het rechte vlak staan voor confrontatie, het overnieuw beginnen. Ook kleuren kregen voor mij hun eigen betekenis. Rood symboliseert het vrouwelijke, wit het mannelijke. Paars staat voor reflectie en ingetogenheid. Mijn ‘bloem’vormen verwijzen ten slotte naar volmaaktheid (het absolute). In mijn beeldtaal kan een vorm, lijn of punt echter nooit op zichzelf bezien worden. Ook gaat het mij niet primair om de esthetiek van de compositie. Veel belangrijker vind ik de balans tussen de ene vorm en de andere, de wijze waarop zij zich tot elkaar verhouden en elkaar, in hun geheel beïnvloedden.

Sinds kort heb ik de idee dat tegenstellingen eigenlijk helemaal niet of nauwelijks bestaan. Alles lijkt een kwestie van (selectieve) perceptie. Tegenstellingen en begrippen als ‘goed en kwaad’ en ‘chaos en orde’ betekenen voor iedereen wat anders. Het is uiteindelijk mijn referentiekader (het geheel van persoonlijke waarden, normen, kennis en ervaring) dat mijn perceptie bepaalt. Deze gedachte heeft mijn recente werk nogal beïnvloed. In mijn schilderijen blijf ik bezig met het ‘dynamisch evenwicht’ en ‘spreek’ ik nog steeds mijn eigen (beeld)taal. Door toevoeging van bijvoorbeeld realistische elementen experimenteer ik echter niet alleen met mijn eigen perceptie, maar tegelijkertijd met de perceptie van degenen die uiteindelijk mijn werk (zullen) zien. Wat ik de beschouwer eigenlijk vraag is zich hiervan bewust te worden. Wanneer je los kan laten wat perceptie aan gedachten en gevoelens heeft voortgebracht, kan een schilderij steeds op verschillende manieren beleefd worden. Zo kan mijn werk bijvoorbeeld ‘romantisch’ waargenomen worden; dat wil zeggen intuïtief, het gaat om de directe ervaring, gevoelens hebben de overhand. Maar ook ‘klassiek’; dat wil zeggen de onderliggende vorm van realiteit, de structuur, de wiskundige principes, etc. Grenzen tussen abstractie en figuratie worden op deze wijze opgeheven. Perceptie wordt losgeweekt van het referentiekader waarmee het vermogen te zien, te ervaren en te beleven, tot dat moment was verward. Kortom; niets is wat het lijkt. Mijn doel; een permanente staat van verwondering.”


Een uitgebreider artikel over het werk van Rob de Graaf door Philip Peters kan hieronder gedownload worden.

Artikel Philip Peters